Drempelvrees

De man van wie ik het appartement in Berlijn huur, doet me denken aan het personage Kramer uit de televisieserie Seinfeld. Op de drempel van de voordeur vertrouwt hij mij de huissleutels en zijn angsten toe. Zonder kinderen en uitzicht op pensioen ziet hij zijn toekomst somber in. Mensen van zijn leeftijd zijn druk met het gezin. Bij jonge mensen vindt hij geen aansluiting meer. Hier is het koud, verklaart hij en doelt daarmee niet op het klimaat. Zodra dit appartement genoeg in waarde is gestegen, verkoopt hij de boel en keert hij terug naar zijn geboortedorp in Italië. Daar kun je een onbekende zomaar uitnodigen voor een kop koffie. Daar helpen mensen je, zonder iets terug te verwachten. Daar heb je bankjes in de zon, waar je met leeftijdsgenoten het leven kunt becommentariëren. Veel beter dan dat wordt het volgens hem niet meer. 
Nu ik de veertig nader, en vermoedelijk op de helft zit, kijk ik door een vergrootglas naar mijn leven. Niet alles is bereikt, maar er is nog genoeg tijd om plannen en ideeën uit te voeren, tijd met dierbaren door te brengen, mijn lichaam op elk gewenst moment in te zetten waarvoor ik wil. Dat alles geeft waarde aan mijn leven. Wat als de helft of nog meer daarvan wegvalt? Wie ben je dan nog? 
Ik ben blij dat ik in dit koude land woon. Waar ik mijn buren niet ken, mensen op straat niet in de ogen kijk, de trambestuurder vergeet te groeten. Als ik mijn oude lege dagen eenzaam moet uitzitten, neem ik toevlucht tot de laatste-wil-pil.